Drugbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2016-2019

Voor een coherent regionaal drugbeleid

Vanuit het perspectief van de problematiek, wil het Brussels Drugbeleid zich zowel richten op legale en illegale drugs, als op verslavingen zonder producten: de aandachtsvelden van de drugsector zijn dus drugs in hun gemeenschappelijke betekenis, alcohol, tabak, gokspelen, en alle andere vormen van verslaving.

Het regionaliseringproces vraagt om een Brussels Drugbeleid

De recente institutionele hervormingen en het zich ontwikkelend proces van de regionalisatie maakt de toepassing van het federaal Belgisch Drugbeleid moeilijk, tot zelfs onmogelijk: het is nu aan de gefedereerde entiteiten om grote gebieden van het Drugbeleid te definiëren op toepassingen die nu sterk geregionaliseerd zijn. De bevoegde actoren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zetten zich dus in voor de definitie van een ‘Drugbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’ en een Actieplan, het ‘Drugplan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2016-2019: 100 acties voor 4 jaar’. Dit Drugplan 2016-2019 zou geïntegreerd kunnen worden in het Brussels Gezondheidsplan en in het Plan voor Veiligheid en Preventie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Een Brussels Drugbeleid, noodzakelijkerwijs transversaal en gearticuleerd, globaal en geïntegreerd

Dit Actieplan definieert 100 acties, verdeeld over 10 hoofdstukken die sterk met elkaar verbonden zijn. Voor elke actie is er een doelstelling en is de bron van de actie gekend, alsook de verantwoordelijke(n) van het toepassen van de actie, het verwachte resultaat en de indicator die toelaat om te meten in hoeverre de betrokken actie wordt uitgevoerd. Het plan zal worden opgevolgd en de resultaten daarvan zullen publiek gemaakt worden naar verloop van tijd tussen 2016 en 2019. De actoren betrokken bij het fenomeen drugs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stellen een Drugbeleid en een Actieplan voor dat zich uitstrekt over de hele sector. Het beleid en het plan worden idealiter gerealiseerd in samenwerking met de verbonden sectoren, de betrokken besturen en de bevoegde autoriteiten.

Het Drugbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet opgesteld worden op een globale en geïntegreerde manier, door de verschillende actoren betrokken bij de drugproblematiek te verbinden. Deze verenigingen roepen op tot meerde vormen van werkgroepen en coördinaties: de drugsector wordt nu al sterk beïnvloed door logische verbindingen. Het is daardoor niet minder autonoom, wetende dat geen enkele andere sector zoveel verschillende manieren van werken verbindt (verslavingspreventie, harm reduction, laagdrempelige toegang, zorg, gevangenisinterventies, socioprofessionele plaatsing, maar ook epidemiologie en onderzoek, politieke argumenten, etc.). Door het toevoegen van verschillende samenwerkingen met verbonden sectoren (justitie, medisch, geestelijke gezondheid, informatie, overnachtingen, etc.), is het Brussels Drugbeleid al globaal en geïntegreerd. Merk ook op dat preventie en harm reduction zich ook grotendeels kaderen in gezondheidsbevordering.

Complexiteit van de problematiek maar vernieuwing van de antwoorden

Zoals andere stedelijke regio’s in de wereld, ervaart het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hoge percentages kwetsbaarheid en (grote) armoede. Het Drugbeleid wilt dus inclusief zijn. Het wil iedereen de toegang bieden tot hulp en zorg, ook de meest kwetsbaren en zij die verschillende vormen van uitsluiting kennen: sociale uitsluiting, professionele, administratieve, etnische, culturele, etc. Wetende dat de noden van de drugproblematiek tegelijkertijd snel evolueren, wil het Drugbeleid innovatie promoten, alsook de ontwikkeling van nieuwe strategieën en manier van werken die tot op vandaag niet bestaan. Zoveel als mogelijk zijn deze ontwikkelingen gebaseerd op epidemiologische analyses en evaluaties. Een efficiënte database, die voldoet aan de noden van de instituten en het publiek waartoe het zich richt, vormt een gunstige aanwinst voor de uitvoering van het Drugbeleid in Brussel: deze mogelijke database en analyses zijn transversaal in dit document.
Het Drugbeleid is ook “evidence based”, maar let wel op het mogelijk weinig vernieuwend bewijs dat absoluut aangetoond is in België of in het buitenland: het creatieve potentieel van de betrokken actoren in de drugproblematiek moet ten volle worden uitgedrukt.

Ervaren actoren, wiens visie van het individu naar de samenleving gaat

Het Brussels Drugbeleid is een bijkomend element in een al uitgebreide expertise en verzamelde ervaring van de sector. Dit leidt tot verschillende uitwisselingen met interregionale en internationale collega’s, voornamelijk rond deze good practices. Het Brussels Drugbeleid wil zich integreren in het Belgische kader, maar ook in het Europese en internationale kader. De Brusselse actoren nemen dus volop deel aan nationale en internationale debatten, vooral over wetgeving en internationale verdragen. Ze krijgen de mogelijkheid de wetgeving, die te weinig op “volksgezondheid” is gericht, te heroverwegen, Ze kunnen immers als eerste getuigen over de mogelijk nefaste gevolgen voor druggebruikers en voor de samenleving in het algemeen.

De nodige ontwikkeling in de vertegenwoordiging van gebruikers

De Brusselse actoren bevorderen tegelijkertijd, waar mogelijk, druggebruikers die hulp en zorg krijgen om zichzelf te vertegenwoordigen: het is maar als het niet anders kan dat de actoren ze vervangen. Als professionelen mogen getuigen over de tekorten in hun interventies en de gevolgen daarvan, dan zijn het de gebruikers die het best kunnen praten over de moeilijkheden in hun dagelijks leven. Sommige actoren zijn verder gevorderd in zulke participatie, maar de nodige ontwikkelingen kunnen toch overwogen worden.

Specifieke acties die moeten verwoord worden

Vanuit het perspectief van de problematiek, wil het Brussels Drugbeleid zich zowel richten op legale en illegale drugs, als op verslavingen zonder producten: de aandachtsvelden van de drugsector zijn dus drugs in hun gemeenschappelijke betekenis, alcohol, tabak, gokspelen, en alle andere vormen van verslaving. De veelheid aan gebruik, ook problematisch druggebruik, en de extreme diversiteit aan verslavingen, impliceert een gediversifieerde en geïndividualiseerde reactie. Het publiek waarop de Brusselse actoren en het Drugbeleid zich richten, evolueert van ingesloten personen naar uitgesloten personen of zij die dreigen uitgesloten te worden. Ze komen uit Brussel, uit België of elders. Ze hebben zeer uiteenlopende leefomstandigheden die niet gestandaardiseerd kunnen worden. Het beleid richt zich op niet-gebruikers, op recreatieve gebruikers, op regelmatige gebruikers; op problematische gebruikers en op personen met verslavingen.

Hierdoor kunnen, volgens de Brusselse actoren, de problemen en de verslavingen zelf niet worden samengebracht in een of andere allesomvattende categorie zoals juridische, geestelijke, medische of sociale kwesties. Omdat niemand de volledige diversiteit van de problematiek op zich kan nemen, eisen de actoren in de drugssector hun autonomie op, gekoppeld aan duidelijke en veelvuldige banden.

Het Belgisch Drugbeleid

Een regionaliseringproces aan de gang…

Het Belgische Drugbeleid werd voor het eerst gedefinieerd op 19 januari 2001 in de Beleidsnota van de federale overheid over de drugproblematiek. Deze nota had als doel een globaal en geïntegreerd beleid naar voren te brengen. Ze werd geactualiseerd op 25 januari 2010, in de Gemeenschappelijke Verklaring van de Interministeriële Conferentie Drugs. Zij brachten ook de nood aan een globaal en geïntegreerd drugsbeleid naar voor in België. De principes en de operationalisering die het uiteenzet, kwamen dus voor de Zesde Staatshervorming en de uitvoering van de Sint-Emilie Akkoorden. Die akkoorden houden belangrijke bevoegdheidstransfers van het federale naar gefedereerde entiteiten en van de Franstalige Gemeenschap naar de Regio’s in. Deze Gemeenschappelijke Verklaring heeft als gevolg dat de Regio’s een groot deel van de operationele bevoegdheden hebben gekregen.

Inleiding tot het Belgische Drugbeleid door de Gemeenschappelijke Verklaring van 25 januari 2010

De Gemeenschappelijke Verklaring benoemt ‘drugs’, tabak, alcohol, illegale drugs en psychoactieve medicijnen. Het gebruik van drugs wordt eerst en vooral gezien als een probleem van Volksgezondheid. Goed inzicht in gebruik moet worden gezien in een globale context, inclusief onderwijs, het welzijn, sociale integratie, veiligheid en justitie, en andere domeinen zoals economie. Het Drugsbeleid streeft ernaar om globaal en geïntegreerd te zijn, en heeft dus ‘nood aan preventie, detectie en vroeginterventie, een zorgaanbod, inclusief harm reduction, en repressie’, de onderdrukking vis-à-vis de gebruikers zijnde het ‘ultimum remedium’.

Preventie in gezondheid

Wat betreft de ‘preventie in termen van gezondheid’, definieert de Gemeenschappelijke Verklaring de volgende strategieën om ‘een afschrikbeleid te voeren voor niet-gebruikers en gebruikers’: het verbeteren van de impact van bestaande preventieve acties; het vormen van volwassenen naast jongeren in verschillende leefmilieus; het toepassen van globale preventiemethodes in de mate van het mogelijke, ook van toepassing op het geheel van psychoactieve stoffen; het ontwikkelen van programma’s om te stoppen met tabak; het stimuleren van vroeginterventies; systematisch aandacht geven aan kwetsbare personen, aan etnische en culturele minderheden, aan gedetineerden en aan de verschillen tussen de geslachten; en het leiden van harm reduction interventies om de overdracht van ziektes (HIV, Hepatitis C) te beperken, om gebruikers te empoweren over hun gezondheid, en om zich geïnformeerd te houden over het aanpassen van de strategieën. Inzake de sociale preventie op het werk, doet de Verklaring denken aan de wetgeving rond tabak en onderstreept het het belang om de wetgeving rond alcohol en drugs op het werk te verfijnen: naast een COA van de Nationale Arbeidsraad, alleen geldig voor de privésector, moet er een ondersteuning van de werkgevers, werknemers en preventie-experts komen via de verspreiding van informatie (brochures, affiches, sessies, internetsites) en vormingen. In termen van preventie moet een analyse van de sociale overlast gelieerd aan drugs uitgevoerd worden. Er moeten manieren gezocht worden om ze aan te pakken en hun financiering moet worden uitgevoerd om de administratieve autoriteiten en de politie te ondersteunen. De informatie en het sensibiliseren van het administratief beleid en de politie moet zich niet alleen richten op de bestraffing van misdrijven, maar ook op de psychosociale ondersteuning en de sociale re-integratie van problematische gebruikers.

Hulpverlening

Wat ‘hulpverlening’ betreft, is een globale ondersteuningsstrategie nodig, met ‘evenveel behandeling (cure) als zorg (care) en ondersteuning’. De vormen van hulp, zowel de ambulante als de residentiële, zijn ‘drugvrije behandeling, ontwenningsbehandeling, behandeling door middel van vervangingsmiddelen, harm reduction, reïntegratie en nazorg, …’. Ze moeten allemaal beschouwd worden als ‘rekening houdend met andere factoren dan de drugproblematiek zelf’, wat concentratie, samenwerking en coördinatie vergt, alsook netwerken, case management en eventueel zorgcircuits. De vorming van verzorgenden is des te meer cruciaal omdat het werk een aantal specifieke competenties vergt en tegelijkertijd een hoge moeilijkheidsgraad betreft. De grote toegankelijkheid van de hulp, vooral voor doelgroepen die tot nog toe niet werden bereikt, is primordiaal. De samenwerking met justitie moet zich funderen ‘op basis van een wederzijds respect voor elkaars – verschillende – finaliteit, en met inachtname van de essentiële randvoorwaarden, waaronder een absoluut respect voor het beroepsgeheim’. Het is op deze voorwaarden dat deze samenwerken ontwikkeld kan worden om de problemen op te lossen waarop het strafrecht nu niet antwoordt. Tot slot moet evidence-based pracitice worden gestimuleerd zodat de bevoegde autoriteiten hun financiële verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Repressie

Wat betreft de ‘repressie’, ‘zal de justitie zich meer inzetten op een globaal en geïntegreerd drugbeleid, gericht op effectieve ontrading door preventie, hulp en repressie’. ‘Het antwoord van justitie op inbreuken moet gepast en gedoseerd zijn. Wat betreft de controle op het drugsaanbod, moet een versterkt repressief beleid ontwikkeld worden. (…) Wat betreft de aanpak van druggebruikers’, is het wenselijk om ‘alternatieven voor een gerechtelijke sanctie stimuleren en een maximale doorverwijzing naar de hulpverlening, dit op alle echelons van de strafrechtelijke keten (parket, probatie, bemiddeling in strafzaken, strafuitvoering, …)’.

Wetenschappelijk onderzoek

Wat betreft het wetenschappelijk onderzoek, ‘ligt de rol van het wetenschappelijk beleid in het aanleveren van een erkende deskundigheid op het vlak van het beheer van programma’s en onderzoeksprojecten’, Dit heeft als doel wetenschappelijke excellentie en integratie op internationaal niveau, Ook moet de concentratie rond belangrijke vragen met betrekking tot meerdere domeinen van de bevoegdheden bevorderen. Het moet de versnippering van het onderzoek minimaliseren. Tenslotte moet het een flexibele samenwerking bevorderen met andere entiteiten, waaronder ook financiering.

Internationaal

Tenslotte, wat betreft het internationale, ‘ schrijft het globaal en geïntegreerd drugsbeleid zich in een externe dimensie in door zijn materiële realiteit (evolutie van het drugfenomeen op wereldvlak), door zijn theoretische en juridische basis (Europese Drugsstrategie, Verdragen van de Verenigde Naties) en door zijn uitdrukking (multilaterale ruimtes, bilaterale relaties, …)’.

Het Europese en internationale kader

Het European Monitoring Centre on Drugs and Drug Addictions (EMCDDA) neemt deel aan de opbouw en de uitvoering van het Europese Drugbeleid, goedgekeurd door de lidstaten en de instituten van de EU. De EMCDDA ondersteunt ook de lidstaten in de uitbreiding van Nationale Drugbeleiden.

Op Europees niveau wordt het Drugbeleid concreet toegepast door een Strategisch Plan op een middellange termijn (de huidige uitbreiding van 2013 naar 2020). Op korte termijn wordt het uitgevoerd door een Actieplan (de huidige uitbreiding van 2013 naar 2016). Het rust op enkele fundamentele principes van het recht van kracht in de EU en op waarden waarop de Unie is gebouwd: respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, solidariteit, de soevereiniteit van het recht en mensenrechten. Het is gericht op het beschermen en verbeteren van het welzijn van de maatschappij en van personen. Daarnaast wil het ook de volksgezondheid beschermen en een verhoogd veiligheidsniveau van de bevolking aanbieden. Tenslotte wil het een evenwichtige en geïntegreerde aanpak voor het drugprobleem, op basis van feitelijke gegevens. Ze beroept zich ook op het internationale recht, op de relevante VN-verdragen die het internationale juridische kader aanleveren waarin de strijd tegen illegale drugs zich kadert, en op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De Europese strategie is opgebouwd rond twee actiedomeinen (het verminderen van de vraag naar drugs en het verminderen van het aanbod aan drugs) en drie transversale thema’s (de coördinatie; de internationale coöperatie; onderzoek, informatie, opvolging en evaluatie). Het actieplan 2013-2016 voorziet een lijst met specifieke acties voor elk domein en elk thema.

Drugplan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2016-2019
100 acties : Preventie / Harm reduction / Laagdrempelige toegang / Zorg / Gevangenissen / Sociale integratie / Financiering & werk / Onderzoek & innovaties / Coördinatie / Wetgevingskaders

Terug naar de presentatie van Drugbeleid en Drugplan 2016-2019


Top