Alcohol: wanneer mogen we een coherent beleid en een ambitieus plan verwachten?

125.000! Dat is grosso modo het aantal Belgen dat meedeed aan de campagne ‘Tournée Minérale’. Proficiat aan deze 125.000 personen die deze uitdaging, een initiatief van de Stichting tegen Kanker, durfden aangaan. En uiteraard ook proficiat aan de Stichting die niet alleen de gevaren van alcohol (waarvan het risico op kanker slechts één van de vele is) opnieuw onder de aandacht bracht, maar ook de mogelijkheid bood om na te denken welke plaats alcohol in ons leven inneemt.

Nu is het de uitdaging om na deze maand van onthouding het alcoholgebruik op dagelijkse basis en op lange termijn te verminderen, bijvoorbeeld door een of meerdere dagen per week geen alcohol te drinken. Want dankzij ‘Tournée Minérale’ zijn vele deelnemers zich bewust geworden van het routineuze karakter van hun consumpties. Dat geldt in het bijzonder voor België: volgens recente statistieken van de OECD (2014) (The Organisation for Economic Co-operation and Development) drinkt elke Belg ouder dan 15 jaar gemiddeld 12,6 liter equivalent alcohol per jaar. Alleen Rusland gaat België voor met 13,8 liter per jaar! In Frankrijk bedraagt dit 11,5 liter; in Duitsland 10,9 en in Nederland 8,4 …

Heeft het alcoholgebruik te maken met cultuur? Zeker niet. Het bewijs is dat onze buren die onze drie landstalen delen, een aanzienlijk lager verbruik kennen. Misschien met het feit dat België een grote brouwerscultuur kent? Niet bepaald, want ook Frankrijk, Duitsland en Nederland hebben een bloeiende alcoholindustrie en toch ligt het verbruik er 10 tot 30 % lager. De cultuur en de aanwezigheid van een sterke brouwerijsector vormen geen verklaring voor het hoge verbruik in België … Volgens onze (politieke) cultuur is het echter de industrie zelf die een grote invloed uitoefent op de beleidsmaatregelen voor de volksgezondheid.

In België is er immers zo goed als geen beleid op het vlak van alcohol en als er al een beleid is, wordt dit veelal bepaald door de spelers in de brouwerijsector. Een mooi voorbeeld is de verwerping van het Alcoholplan in 2013: de Vlaamse liberalen werden met de vinger gewezen en dan vooral Sven Gatz, die afstand deed van zijn parlementaire functies om directeur te worden van de Federatie van Belgische Brouwers, net op het moment dat er over dit Plan werd onderhandeld.
Sinds vorig jaar is het de beurt aan een andere Vlaamse liberale politica, Maggie De Block, om als minister van Volksgezondheid de nodige onderhandelingen over een nieuw Alcoholplan in goede banen te leiden. Vorig jaar in oktober vond een eerste ronde plaats waarin de Waalse en Brusselse regering maatregelen voorstelden om de verkoop van alcohol te verminderen en om marketingcampagnes strikter te reglementeren. De Open-Vld was niet akkoord.

Maggie De Block maakte toen deze belofte: “De onderhandelingen zullen op korte termijn worden voortgezet zodat we een akkoord kunnen bereiken”, doelend op de interministeriële conferentie van 27 maart. Maar nu blijkt eind februari dat er nog geen enkel ernstig overleg door de federale overheid heeft plaatsgevonden. Dit lijkt af te stevenen op een totaal fiasco, hoewel de staat jaarlijks 4,2 miljard aan gezondheids- en maatschappelijke kosten door alcohol heeft. Dit is drie keer meer dan de inkomsten die door alcohol gegenereerd worden. 10 % van de Belgen ouder dan 15 jaar worstelt met een problematisch verbruik (meer dan 14 of 21 glazen per week, respectievelijk voor vrouwen en mannen). Van deze personen zoekt slechts 1 op de 12 hulp na een latente periode van meer dan 18 jaar.

Alcohol maakt integraal deel uit van onze cultuur: daarom gaat het er niet over om alcoholverbruik volledig van tafel te vegen, maar wel om problematisch verbruik te verminderen. We dienen reclame voor alcohol, net zoals voor tabaksproducten, te verbieden. Hoewel we de immense impact van marketing op het verbruik maar al te goed kennen, wordt de grootste voetbalcompetitie gesponsord door een bekend biermerk. Reclame voor alcohol blijft in zo’n grote mate overal aanwezig dat het bijzonder moeilijk wordt om “dit vakmanschap met verstand te drinken” …

De complexe wetgeving over de verkoop van alcohol vanaf 16 jaar, met uitzondering van sterkedranken die pas vanaf 18 jaar zijn toegestaan, moet worden verduidelijkt, want een onduidelijke wet is een wet die niet goed wordt nageleefd. Zo blijkt uit het feit dat meer dan 80 % van de horecazaken en detailhandelaars alcohol aan minderjarigen verkoopt.

De acties van de gezondheidsinstellingen moeten kracht worden bijgezet. Zo is een gezondheidscampagne in samenwerking met een fonds voor geldinzameling niet vanzelfsprekend. Toch is dit precies wat de Stichting tegen Kanker verwezenlijkte met haar ‘Tournée Minérale’. Het toont aan hoe hard de gezondheidssector het te verduren heeft: sensibiliseringsacties van artsen door de Société Scientifique de Médecine Générale, het interuniversitaire certificaat in alcohologie (ULB, Ulg, UCL, SSMG), innovatieve strategieën voor gezondheidspromotie ontwikkeld door het netwerk ‘Jeunes, Alcool & Société’ en het gezondheidsaanbod in het algemeen moeten het stellen met beperkte budgetten waardoor de degelijke werking ervan wordt belemmerd.

Er moet een Alcoholplan worden opgesteld zoals door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt aanbevolen. Het Federale Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelt een Plan voor dat tussen de federale en gefedereerde instellingen wordt overlegd en dat vooral verduidelijking geeft over informatiecampagne, een strengere reglementering voor publiciteit en een beperking op de verkoop van alcohol.

Deze aanbevelingen worden door de politiek genegeerd. Zo kabbelt het Belgische vlot van volksgezondheid op een oceaan van alcohol voort: zonder een overheidsbeleid rusten de doelstellingen om de risico’s en het verbruik van alcohol te verminderen op te fragiele schouders, namelijk die van verenigingen en ngo’s. Zij barsten van creativiteit maar hebben een groot tekort aan middelen. Ze zijn gemotiveerd zoals blijkt uit de campagne ‘Tournée Minérale’, maar dragen bovenal verantwoordelijkheid voor zichzelf en de mensen die ze behartigen. Ook rusten de doelstellingen op de schouders van enkele gewestelijke ministers van Gezondheid. Zij zijn echter afhankelijk van het federale overleg dat niet tijdig plaatsvindt. Om de risico’s die alcohol met zich meebrengt te beperken, lijken de Belgische beleidsmakers zich eerder te verlaten op de goede voornemens van individuen die wel willen en kunnen, in plaats van te steunen op een coherent beleid voor volksgezondheid.

Carte blanche medeondertekend door :

Sébastien Alexandre, directeur van Fedito Brussel vzw
Christophe Cocu, secretaris-generaal, Fédération des Maisons Médicales vzw
Martin de Duve, directeur van Univers Santé en coördinator van het netwerk ‘Jeunes, Alcool & Société’
Peter Degadt, Gedelegeerd bestuurder, Zorgnet-Icuro vzw
Dr Michel De Volder, voorzitster van De Federatie van de Brusselse HuisArtsen Verenigingen (FAMGB)
Laurence Genin, vzw Le Pélican / Aide-alcool.be
Dr Dominique Lamy, voorzitster van Réseau Alto vzw
Dr Thomas Orban, vicevoorzitter van de Société Scientifique de Médecine Générale
Laurence Przylucki, voorzitster van Fedito Wallonië vzw
Dr Michel Roland, voorzitster van Dokters van de Wereld vzw
Dr Serge Zombek, Interstices CHU St Pierre vzw / Liaison Alcool

Twitter Facebook Google+ LinkedIn Pinterest Scoop.it Email