Voor een regulering van cannabis in België


FEDITO BXL vzw - november 2014

Download dit document in PDF

Samenvatting

We zien het in België, alsook in het buitenland: het verbod op cannabis en de relatieve tolerantie van de laatste jaren lijken geen impact te hebben gehad op de prevalenties van het gebruik. Deze prevalenties blijven belangrijk, ook al gaat het in de eerste plaats om occasioneel of gecontroleerd gebruik. De illegaliteit van de productie en verkoop verhindert alle controle op het product en vooral op haar psychoactieve kracht, een kracht die zich sterk heeft kunnen ontwikkelen dankzij de opkomst van nieuwe teelttechnieken. Bovendien laat diezelfde illegaliteit een grote handel toe die onze samenleving uit haar evenwicht kan brengen.

De sociale en gezondheidsrisico's verbonden aan het gebruik van cannabis worden dus eigenlijk vertienvoudigd door het verbod erop. Een relatieve tolerantie, zoals ze gehanteerd wordt in België, ondermijnt deze nadelen niet.

De Brusselse Federatie van Instituten voor Verslavingen (FEDITO BXL vzw) vertegenwoordigt 25 Brusselse instituten die zich vooral specialiseren in kwesties rond druggebruik. FEDITO BXL steunt daarom de invoering van de regulering van cannabis in België, op basis van een kritische analyse van het huidige beleid. De Federatie gaat in dat opzicht verder op de tekst ondertekend door de professoren Tom Decorte (Ugent), Paul De Grauwe (London School of Economics en KULeuven) en Jan Tytgat (KULeuven) : « Cannabis : bis ? Een pleidooi voor een kritische evaluatie van het Belgische cannabisbeleid ». Deze tekst, geschreven in 2013, roept op om de inefficiëntie van het huidige cannabisbeleid te erkennen, alsook de noodzaak om haar kritisch te evalueren. Deze evaluatie ligt momenteel in handen van de Algemene Cel Drugbeleid, die haar werk zou kunnen baseren op de beoordelingen uit het veld en de verschillende regionale federaties, waaronder FEDITO BXL.

FEDITO BXL adviseert minimaal een verduidelijking van het beleid en de erkenning van de voordelen van cannabis social clubs, zowel voor de gebruikers, hun naasten, als voor de samenleving in zijn geheel.

Daarenboven pleit FEDITO BXL voor een regulering van cannabis. Diverse experimenten uit het buitenland tonen de haalbaarheid en vooral het belang en de voordelen aan van de regulering van marihuana, bovenop de legalisatie van medicinaal gebruik. Nieuwe wettelijke modellen komen voornamelijk in Amerika naar boven. Deze experimenten hebben het voordeel om reformerende en pragmatische kanalen te openen naar de problematiek van cannabis.

De federatie stelt voor aan de Belgische autoriteiten om zich te laten inspireren en zich te laten helpen in het aanwijzen van de grondbeginselen voor een eventuele regulering van cannabis in België: bovenop de duidelijke regels die er moeten komen over wie wel en wie niet mag gebruiken, moet ook de productie en de verkoop georganiseerd en aangestuurd worden, door beroep te doen op de verschillende expertises en in het construeren van het reguleringsmodel op basis van studies over prevalentie en de ervaring van de professionals in het veld.

Tegenwoordig is de vaststelling van de ondoeltreffendheid van een verbod op cannabis wereldwijd gekend.

En naast de Amerikaanse ervaringen moeten ook andere kanalen onderzocht worden.

terug naar boven

1. Inleiding

De New York Times, kwaliteitskrant met een groot lezerspubliek, is meer dan 160 jaar oud. Ze heeft 112 Pulitzerprijzen gewonnen, meer dan eender welk informatieagentschap ook. Ze heeft als motto: "All the news that's fit to print" en voor meer dan 40 jaar, al sinds het begin van het verbod op cannabis, heeft ze zeker miljoenen artikelen gepubliceerd over het onderwerp. Toegegeven, dat deed ze vaker vanuit de invalshoek van de drugshandel dan vanuit die van het gebruik.

Maar in het midden van de zomer van 2014 heeft ze zich niet langer gelimiteerd tot de artikelen die we lezen in alle kranten van de westerse wereld. Ze heeft zich niet langer gelimiteerd tot het herhalen van informatie, zo vaak dat het haast banaal wordt, over arrestaties van gebruikers, dealers of fabrikanten van cannabis.

Ze heeft, na rijp beraad, een positie ingenomen. En de "editorial board" heeft collectief gevraagd het verbod de rug toe te keren.

Tijdens de zomer van 2014 heeft de New York Times een oproep gedaan voor de legalisering van cannabis.

Ze heeft opgeroepen voor een tweede einde aan de prohibitie. Een tweede, omdat de Verenigde Staten van Amerika al een prohibitie van alcohol hebben meegemaakt. Tijdens het interbellum had de prohibitie niet het gewenste effect, integendeel, ze versterkte net de problemen waartegen ze moest vechten: een toename in criminaliteit gaande tot zelfs corruptie, een grote bendevorming en veel maatschappelijke problemen, een grote gezondheidsproblematiek gelieerd aan alcohol waar geknoeid mee was en moeilijke toegang tot zorg voor probleemgebruikers.

De problemen zijn dezelfde bij cannabis. De problemen zijn ook even groot. En grote problemen vragen om grote maatregelen. De New York Times heeft haar verantwoordelijkheid genomen en heeft de federale overheid opgeroepen om een einde te maken aan de prohibitie.

Toch had de New York Times niet verwacht zulke toewijding te krijgen van haar lezers, die grotendeels voorstander zijn van de legalisatie van cannabis om dezelfde redenen als de redactie: de criminalisering van cannabis vernielt levens; de risico's in termen van gezondheidszorg verergeren; en het juridische arsenaal moet zijn middelen richten op zwaardere problemen.

Er zijn al bewijzen die de levensvatbaarheid en voordelen aantonen van de legalisatie van cannabis, in de staten Colorado en Washington en in Uruguay, om nog maar te zwijgen van de verschillende landen die het gebruik van cannabis hebben gelegaliseerd voor medische doeleinden.

België zelf had een mijlpaal in 2013 met een tekst ondertekend door de gerenommeerde professoren Tom Decorte (UGent), Paul De Grauwe (London School of Economics en KULeuven) en Jan Tytgat (KULeuven) . De tekst « Cannabis: bis? Pleidooi voor een kritische evaluatie van het Belgische cannabisbeleid » vroeg om te erkennen dat het huidige cannabisbeleid ondoeltreffend is en dat het noodzakelijk is om het kritisch te evalueren. Op dit moment heeft de Cel Algemeen Drugsbeleid die evaluatie in handen.

Dit document heeft als doel om het begonnen werk voort te zetten, om een herziening van het huidig Belgisch cannabisbeleid te ondersteunen. Deze wetgevingsprocedures houden onvermijdelijk belangrijke uitdagingen in. Een mogelijk complexe en genuanceerde regelgeving moet het wetgevend arsenaal vervangen. De Brusselse drugsector wil daarin helpen.

De legalisering van cannabis blijft natuurlijk een uitdaging. Maar, in termen van justitie en volksgezondheid, is niets doen en kiezen voor een status quo een teken van wanbeleid.

Op het moment dat deze zinnen geschreven worden, wordt ook een speciale zitting over drugs voorbereid door de Algemene Vergadering van de VN. Deze speciale zitting, die zal plaatsvinden over minder dan twee jaar, zou een einde kunnen maken aan het globale verbod, om een grotere flexibiliteit toe te staan aan nationale wetgevende organen over drugs. De Belgische overheid moet haar beleid verdedigen tegenover haar tegenhangers van over de hele wereld. Zal ze de bewegingen negeren die op verschillende plaatsen ter wereld geobserveerd worden? Zal ze de schade van een verbod negeren, een schade die duidelijk aangetoond wordt? Zal ze de oproep kunnen negeren, geen ideologische, maar een wetenschappelijke oproep, overgebracht en herhaald door kranten, intellectuelen en gezondheidswerkers wereldwijd?

Wij, Brusselse gezondheidswerkers, willen de federale overheid ondersteunen in haar voorbereiding op de volgende speciale sessie over drugs van de Algemene Raad van de Verenigde Naties.

Wij, Brusselse gezondheidswerkers, willen dat de Werkgroep Cannabis in de Cel Algemeen Drugsbeleid echt rekening houdt met de opkomst van alternatieve modellen.

Wij, Brusselse gezondheidswerkers, willen de federale overheid ondersteunen in een nieuwe aanpak voor het « cannabis » beleid in België.

terug naar boven

2. Problematiek, cannabisgebruik en epidemiologische gegevens

Dit hoofdstuk werd grotendeels geschreven met de hulp van  Michaël Hogge van de vzw Eurotox.

Cannabis is de meest geconsumeerde illegale substantie ter wereld, inclusief België. In 2008 deed de gezondheidszorg haar laatste onderzoek met steekproeven van de Belgische bevolking. Daaruit bleek dat ongeveer 14% van Belgen tussen de 15 en 64 jaar aangegeven had al minstens een keer cannabis te hebben gebruikt. Dat komt neer op een paar duizenden mensen. Het is niet verrassend dat het experimenteren met cannabis meer uitgesproken is in de leeftijdsgroep van 25-34 jaar (29,9%) en, in mindere mate, in de leeftijdsgroep van 15-24 jaar (21,1%). Ongeveer 3% van de bevolking gaf toe het product recent te hebben gebruikt (dat wil zeggen, ten minste een keer geconsumeerd in de laatste dertig dagen). Opnieuw gaat het voornamelijk om 25-34 jaar (29,9%) en, weliswaar in mindere mate, om 15-24 jaar (6,5%). Wat betreft de regelmatigheid van het gebruik van cannabis bij die 3,1% « recente gebruikers », het merendeel ervan (47,3%) heeft aangegeven 1 tot 3 dagen in de loop van de maand voor het onderzoek te hebben gebruikt, 16,2% had tussen de 4 en de 9 dagen gebruikt, 6,8% tussen de 10 en 19 dagen en 29,8% had 20 dagen of meer gebruikt. Het HBSC-onderzoek (« Health Behavior in School aged Children ») uitgevoerd in 2010 bij jongeren tussen de 12 en de 20 jaar, bevestigt deze vaststellingen. Ongeveer 25% van de schoolgaande jongeren in de Waals-Brusselse Federatie gaf aan dat ze al gebruikt hadden, 5% daarvan gebruikte regelmatig op het moment van het onderzoek (dat wil zeggen een keer per week of meer). Toch stellen we sinds 2006 een vermindering vast bij regelmatige gebruikers onder de jongeren. Meer recent toonde de Eurobarometer flash 2014 aan dat 26 % van Belgische jongeren tussen de 15 en 24 jaar al minstens een keer in hun leven gebruikt hebben (waarvan 5% in de loop van de laatste 30 dagen en 8% in de loop van de laatste 12 maanden).

Als gevolg van de illegaliteit van het product gaat dit fenomeen van massaconsumptie logischerwijs gepaard met een groot aantal juridische inbreuken, gaande van de productie of import op industriële schaal, tot het simpele bezit van een kleine hoeveelheid voor persoonlijk gebruik. Hierdoor heeft de federale politie in 2011 gemeld dat er bijna 15 000 inbreuken gepleegd waren op bezit van cannabis en ongeveer 6000 op verkoop of import/export. Het product zorgt dan ook (overduidelijk) voor het meeste aantal inbreuken.

Ondanks het verbod op cannabis en het behouden en soms zelfs versterken van de repressieve middelen, neemt de hoeveelheid in beslag genomen cannabis op Belgisch grondgebied niet af. De verkoopprijs is relatief stabiel als we rekening houden met de inflatie en de concentratie van THC van het kruid en de hars die stijgen met de tijd (Eurotox 2014). Dit gegeven, verspreid op wereldniveau, suggereert dat het aanbod niet echt lijdt onder het repressieve systeem, wat duidelijk de doeltreffendheid in vraag stelt van de prohibitieaanpak, die logischerwijs, als ze doeltreffend was, een vermindering in de verkrijgbaarheid van de producten en hun concentratie zou moeten stimuleren, en dus ook een stijging in de prijs (D. Werb, T. Kerr, B. Nozik, S. Strathdee, J. Montaner, E. Wood, 2013) . Het falen van het cannabisverbod wordt ook ondersteund door het feit dat de meest repressieve landen op dit gebied niet noodzakelijk acht slaan op lager verbruik, en omgekeerd (zie de statistische rapporten van de EMCDDA). Het cannabisverbod leidt ook tot een reeks ongewenste gevolgen op het gebied van gezondheid en sociale zaken (T. Decorte, P. De Grauwe, J. Tytgat, 2013).  Het belemmert de ontwikkeling van het therapeutisch gebruik van een product waarvan het belang nochtans erkend wordt door de wetenschappelijke gemeenschap, en heeft ernstige gevolgen voor de overheidsfinanciën, terwijl de preventiesector zwaar ondergefinancierd is (F. Vander Laenen, B. De Ruyver, J. Christiaens, D. Lievens, Drugs in cijfers III, 2011).

De meerderheid van cannabisgebruikers gebruiken occasioneel of gecontroleerd. We hebben geen directe schatting van het aantal probleemgebruikers van cannabis in België, maar we weten dat tussen de 300 en 400 personen specifiek voor cannabisgebruik op jaarbasis worden ondersteund in de Waals-Brusselse Federatie, in een van de centra die meedoen aan het verzamelen van gegevens voor de vraag-naar-behandeling-indicator . Ongeveer 300 patiënten krijgen elk jaar de diagnose van misbruik van of afhankelijkheid aan cannabis tijdens een verblijf in psychiatrische centra van de Waals-Brusselse Federatie (gegevens uit de « Minimale Psychiatrische Gegevens »). Deze cijfers kunnen het aantal probleemgebruikers onderschatten, aan de ene kant omdat de vraag-naar-behandeling-indicator het aanbod op behandeling voor cannabismisbruik op dit moment niet inhoudt (M. Hogge, D. Denoiseux,2014), aan de andere kant omdat niet alle probleemgebruikers per se in contact staan met de structuren die hulp en zorg aanbieden. Ze suggereren echter wel dat het aantal probleemgebruikers relatief is opgenomen in het rapport over het totaal aantal personen die al ooit cannabis hebben gebruikt.

Over de band tussen het gebruik van cannabis en het krijgen van psychoses is al overvloedig onderzoek gedaan, zonder ooit schijnbaar tot een eensgezinde conclusie te komen. Personen met een aanleg voor chronische psychotische aandoeningen lijken een verhoogd risico te lopen op het ontwikkelen van deze ziektes wanneer ze cannabis langdurig of intensief gebruiken. Maar zelfs als de correlatie tussen de twee is aangetoond, de causaliteit is dat nog niet. Deze chronische psychotische aandoeningen kunnen meerdere oorzaken hebben (Nora D. Volkow, M.D., Ruben D. Baler, Ph.D., Wilson M. Compton, M.D., and Susan R.B. Weiss, Ph.D.,2014). Evenzo, als andere onderzoeken hebben aangetoond dat 8 tot 14 % van de psychoses te wijten kunnen zijn aan het gebruik van cannabis, dan kunnen diezelfde erkende onderzoeken  niet verklaren dat het verhoogde gebruik van cannabis bij de algemene bevolking niet heeft geleid tot meer psychoses (R. Radhakrishnan, S. T. Wilkinson, D. C. D'Souza, 2014). Meer nog, recente studies hebben aangetoond dat cannabidiol, een cannabinoïde die van nature in cannabis zit, zou fungeren als antagonist voor THC en zou werken als antipsychoticum, wat de prevalentie van psychoses zou kunnen verklaren bij gebruikers van cannabis. Bepaalde personen met psychotische aandoeningen gebruiken cannabis als zelfmedicatie. Meer algemeen moeten de preventiemaatregelen versterkt en gesystematiseerd worden, vooral ten opzichte van (potentieel) kwetsbare groepen en zij die meer kans maken op het ontwikkelen van een verslaving.

We merken ten slotte ook op dat er bepaalde variaties van cannabis op de zwarte markt circuleren, of verkocht worden in Nederlandse coffeeshops, die sterk geconcentreerde THC bevatten door een opeenvolgende selectie van kruisbestuivingen door zaadbedrijven, zodat hun materiaal en de kweekomstandigheden verbeteren (door het gebruik van chemische meststoffen of ultrakrachtige HPS lampen, enz.). Traditioneel gezien is het gehalte van de psychoactieve stof (THC) bij pure variaties tussen de 5 en 10%, bij moderne hybride variaties is er een THC gehalte van 10 tot 15%, bepaalde variaties die specifiek gekweekt werden onder optimale condities kunnen 25% bevatten. In dit spelletje  verdringen de Europese kruiden beetje bij beetje de traditionele kruiden (L. Appel, 2014).

Het gebrek aan een gereglementeerde markt heeft dus als gevolg dat de cannabis die gebruikt wordt vaak overdreven psychoactief is en mogelijk schadelijker is voor de gezondheid, zonder de risico's mee te tellen die verbonden worden aan een clandestiene en ongecontroleerde teelt (producten vol met chemische meststoffen, pesticiden, het risico op bacteriële besmetting, enzovoort).

terug naar boven

3. Het wettelijke kader in België

De wet van 24 februari 1921, die nog steeds van kracht is vandaag, bestraft de handel in giftige stoffen, alsook slaapverwekkende, verdovende, desinfecterende of antiseptische stoffen. Historisch gezien lag de aandacht van de wetgever dus bij de strijd tegen de handel. Sinds 1921 hebben de uitvoeringsdecreten de mogelijkheid gecreëerd om de gebruiker te straffen, losstaand van andere inbreuken. Daardoor is in België, zoals in andere landen, de strijd tegen drugs getransformeerd naar een strijd tegen de gebruikers van drugs.


De federale beleidsnota van 2001 heeft de algemene richtlijnen van het drugsbeleid in België geherdefinieerd, in dit geval naar een meer globaal en geïntegreerd beleid, waarbij preventie in theorie de meeste aandacht krijgt, gevolgd door zorg en tenslotte veiligheid (T. Decorte,2014) . De eerste stappen zijn dus gezet richting een decriminalisering van het bezit voor persoonlijk gebruik, vooral van cannabis.

Het ministerieel besluit van 16 mei 2003 erkent dat het drugsmisbruik een probleem van volksgezondheid is. Het stelt dat de drie principiële instrumenten van een drugsbeleid neerkomen op: preventie voor de niet-gebruikers en de niet-problematische gebruikers; de hulpverlening, de risicovermindering en de re-integratie van de problematisch gebruikers; en de onderdrukking van fabrikanten en handelaars. De strafrechtelijke aanpak moet een laatste redmiddel zijn voor gevallen met problematisch gebruik van bepaalde substanties.

De richtlijn van 25 januari 2005 beschouwt het bezit van cannabis door een meerderjarige, voor persoonlijk gebruik, als een overtreding die het laagste niveau van politieke vervolging zou moeten hebben, behalve in het geval van verzwarende omstandigheden of verstoring van de publieke orde. Een verkort proces-verbaal, waarin de identiteit van de dader wordt vastgelegd, kan worden opgesteld, zonder de cannabis in beslag te nemen. Dit verkort proces-verbaal wordt bijgehouden door de IT-ondersteuning van de politiedienst die de bevinding meeneemt, en een keer per maand doorstuurt naar het parket, zonder dat het in het systeem « TPI / REA », of in de statistieken van het parket opgenomen wordt.

De verkoop en de handel blijven dus strikt illegale activiteiten.

Het persoonlijk gebruik van cannabis wordt geëvalueerd bij drie gram of bij het kweken van een plant.

De richtlijn verwijst naar de wet van 1921, waarbij verzwarende omstandigheden wordt gedefinieerd als het gebruik in het bijzijn van een minderjarige. De omstandigheden die als een verstoring van de openbare orde gezien worden, zijn: in het bezit zijn van cannabis in een detentiecentrum of een instituut ter bescherming van jongeren; in het bezit zijn van cannabis in een schoolinstelling of in haar onmiddellijke omgevingen (plaatsen waar leerlingen zich verzamelen of elkaar ontmoeten, zoals een halte van het openbaar vervoer, of een park dicht bij een school); het ostentatief bezitten van cannabis op een publieke plaats of een plaats toegankelijk voor het publiek (bijvoorbeeld een ziekenhuis). De Procureur des Konings houdt rekening met lokale omstandigheden en geeft, indien nodig, meer precieze richtlijnen.

Het gebruik van cannabinoïde stoffen is echter wel toegelaten voor farmaceutische doeleinden, verbonden aan de behandeling van multiple sclerose en in een aantal vastgelegde gevallen van spasticiteit. Sativex heeft op die manier de toestemming gekregen van de federale overheid om op de markt gebracht te worden. Het is echter nog niet beschikbaar, voor apothekers, noch voor dokters. Eerst moet het Koninklijk Besluit van 2001 aangepast worden, waarbij het gebruik van medicatie op basis van THC sterk beperkt wordt. Tot nu toe konden er alleen nog maar klinische proeven uitgevoerd worden op vraag van universitaire ziekenhuizen; het is echter al gebleken dat deze medicatie chronische pijn verlicht en bijwerkingen van bepaalde radio- en chemotherapieën vermindert. Het federale agentschap Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten hamert er daarom wel op dat dit product alleen maar voorgeschreven mag worden in erg precieze dosissen door een gespecialiseerde dokter (P. Lamotte, 2014).

terug naar boven

4. Kritische evolutie van de cannabisrichtlijn

Het is eerst en vooral nodig om aan te geven hoe onduidelijk de cannabisrichtlijn is: dus het bepalen van de directe omgeving van de scholen « of soortgelijken » schept rechtsonzekerheid, en zorgt voor eventueel verschillende toepassingen tussen de parketten waarvan de beleidsrichtlijnen uiteenlopen. Een cannabisgebruiker kan dus iets illegaals doen wanneer hij denkt dat hij de wet respecteert, wat mogelijk dramatisch kan zijn, aangezien we de psychosociale kost kennen van de criminalisering.

Als niemand wordt geacht de wet te kennen, moet worden aangenomen dat de regelgeving betreffende cannabis het de burger in feite niet vergemakkelijkt om te weten wat mag en niet mag als het gaat om bezit van de stof. Dit is jammer, omdat het een bron is geworden van juridische onzekerheid.

Concreet gezien observeren we op het terrein, ondanks de goede bedoelingen van de richtlijn om de politiële en justitiële praktijken te uniformeren, een ongelijkheid in behandeling tussen juridische arrondissementen en politiezones. Sommige getuigenissen van cannabisgebruikers tonen bijvoorbeeld aan dat de cannabis in sommige gevallen in beslag genomen wordt, maar soms ook niet, dat het in beslag nemen niet altijd leidt tot een proces-verbaal van inbeslagname; en dat er in vergelijkbare omstandigheden er soms een verkort proces-verbaal wordt opgemaakt, zoals voorzien door de richtlijn, en soms een klassiek proces-verbaal, waarbij de persoon in kwestie nog vervolgd kan worden. De bron van deze ongelijkheid is, volgens ons, te vinden in de bijzonder onduidelijke definitie van het begrip « verstoring van de openbare orde », zoals beschreven hierboven.

De communicatie over het toepassingsgebied van de richtlijn bleek vaak vaag: sommigen spraken van een decriminalisering van gebruik, anderen van een decriminalisering van bezit, … Een verduidelijking van het begrip werd zeker gepromoot door de preventiemedewerkers naar de bevolkingsgroepen toe die cannabis gebruiken, maar het lijkt ons moeilijk te ontkennen dat door een fout in de communicatie het idee is ontsproten dat het bezit niet meer strafbaar is. Een aantal gebruikers heeft toen ostentatief duidelijk gemaakt in het bezit te zijn van cannabis in openbare ruimtes. Zo werden ze blootgesteld aan juridische vervolging en gingen ze met hun gedrag in tegen het recht van anderen om niet blootgesteld te worden aan verdovende middelen.

Volgens de gespecialiseerde sector was het beter geweest om de wet van 1921 over verdovende middelen aan te passen door het bezit van cannabis te decriminaliseren, in plaats van een richtlijn op te maken waarbij de laagste juridische prioriteit gegeven wordt bij het betrappen, onder bepaalde voorwaarden, maar waarbij het wel nog steeds een overtreding is op de wet van verdovende middelen. Niet alleen was die optie veel duidelijker geweest voor de burger, de politie en de rechterlijke macht, ze had ook beter kunnen definiëren wat toegestaan is en wat niet, en de voorwaarden van bezit en gebruik beter kunnen kaderen.

Vanuit het standpunt van volksgezondheid vinden we het jammer dat het actuele kader geen organisatie toelaat van de productie en verkoop van cannabis, wat alle controle in de materie tegenhoudt. De enige modaliteit in productie die wordt geopperd door de richtlijn ligt in de toegepaste tolerantie ten aanzien van het bezitten van een cannabisplant voor persoonlijk gebruik. Deze bepaling komt echter niet overeen met de realiteit van privéteelt, waarbij het niet mogelijk is om het geslacht van een plant vast te stellen voor een bepaalde groeifase. Wetende dat enkel vrouwelijke planten in bloei komen te staan en dat het de bloeiende toppen zijn die worden geconsumeerd, heeft de gebruiker dus de gewoonte om meerdere planten te kweken, waardoor hij blootgesteld wordt aan gerechtelijke vervolging. Daarom moet deze bepaling dus verduidelijkt worden in de wet rond verdovende middelen met een realistische definitie van wat de wetgever verstaat onder persoonlijke teelt van cannabis, in het bijzonder hoeveel vrouwelijke planten toegestaan zijn.

De richtlijn vermeldt ook niet de hoeveelheid toegestane productie van een plant. Afhankelijk van de kweekmethode kan die erg variabel zijn, het rendement van een plant hangt voornamelijk af van het al dan niet gebruiken van meststof, van natriumlampen, enzovoort. Stel echter dat de plant het equivalent van 100 gram cannabis heeft geproduceerd in de vorm van bloeiende toppen. Wat gebeurt er voor de producent, die de hoeveelheid droogt en opslaat? Het is duidelijk dat bij een huisbezoek van de politie, het bezit op heterdaad zou worden vastgesteld en het juridische systeem zou geactiveerd worden. Een dergelijke hoeveelheid valt niet meer onder de voorziene gevallen in de richtlijn van 2005. De bestemming van de oogst van een enkele vrouwelijke plant valt dus opeens onder juridische onzekerheid.

De oorspronkelijke bedoeling van de richtlijn, om de laagste juridische prioriteit te geven aan het bezit van 3 gram cannabis of een vrouwelijke plant, kan niet worden nageleefd zonder een duidelijk afgelijnd kader, in lijn met de realiteit van het strikt persoonlijke gebruik van cannabis.

De gespecialiseerde sector wil dus een grondige reflectie over de mogelijke alternatieve modellen in plaats van het verbod op cannabis. We stellen een regulering van bezit, productie en verkoop van cannabis voor. Deze regulering moet worden gedefinieerd op basis van fundamenten van de wetenschap en de volksgezondheid. Daarbij zijn er een aantal modellen ontwikkeld in het buitenland die kunnen meehelpen de richting te bepalen die het Belgische beleid wil uitgaan in de toekomst.

Als Federatie der Instituten actief in de Toxicomanie geloven we dat het actuele beleid niet is aangepast aan de realiteit van het cannabisgebruik in België, noch aan een doeltreffende strategie voor de bevordering van de gezondheid.

Hoewel het moeilijk kan zijn om een succesvol model voor de reglementering van cannabis precies te definiëren, streven wij ernaar, in de volgende pagina's, om de fundamentele principes op te bouwen waar deze regulering , volgens ons, aan moet voldoen.

Er moet minstens een aanpassing komen op de wet op verdovende middelen, die de modaliteiten vastlegt van de reglementering van het bezit en productie van cannabis voor persoonlijk gebruik, inclusief in het kader van « Cannabis Social Clubs ».

terug naar boven

5. Voorstelling van de wettelijke evoluties in het buitenland

De volgende zes paragrafen zijn overgenomen uit het artikel van L. Downes,  The Great Colorado Weed Experiment, gepubliceerd in de New York Times van 28/08/2014.

De staat Colorado heeft het recreatief gebruik van cannabis gelegaliseerd in januari 2014. Het medische gebruik van cannabis was er al legaal sinds 2000. De inwoners van Colorado hebben het amendement in hun grondwet gestemd, om « marihuana te reguleren zoals alcohol ». De overheid heeft dus geïnvesteerd in de regularisatie van de nieuwe markt, met strikt vast te leggen wie cannabis mag kopen en gebruiken en hoe het geproduceerd, gelabeld en verkocht mag worden.

De politie stelt zich streng op tegen verstoring van de publieke orde, maar de juridische vervolgingen naar aanleiding van cannabis zijn ingestort met 77%. Om eventueel cannabisgebruik achter het stuur tegen te gaan, heeft de staat politieagenten vorming gegeven in het detecteren van intoxicatie door cannabis. Deze investering werd mogelijk door het heffen van belastingen op deze nieuwe markt.

De autoriteiten hebben bijna 25 miljoen dollar opgehaald tussen januari en mei. Deze sommen werden opnieuw geïnvesteerd in onderwijs, preventie van drugsmisbruik, en onderzoek. De cannabisindustrie is zich bijzonder snel aan het ontwikkelen, maar zonder dat ze de openbare orde verstoort.

De staat Washington, ook in de Verenigde Staten, heeft haar eerste verkooppunt geopend voor recreatief gebruik van cannabis in juli van dit jaar. Ten opzichte van Colorado is dit model strenger, met het voordeel van controle op de reclame en op het proces van de verkoopsvergunning. Daardoor zijn de winkels nog zeldzaam, de voorraad is nog beperkt en de prijs ligt nog hoog. Er ontstaan twijfels over de mogelijkheid om de zwarte markt volledig uit te roeien.

In Alaska en Oregon buigen ze zich in de herfst over de vraag of cannabis gelegaliseerd moet worden. Deze staten maken al deel uit van de vijfendertig staten die marihuana voor medisch gebruik hebben gelegaliseerd, zoals Californië, die de eerste was in 1996.

Meer in het zuiden is Uruguay het eerste land om de productie en de verkoop van cannabis te reguleren, door de prijs vast te leggen en door het accrediteren van de producenten, verkopers en opkopers, die allemaal Uruguayaanse burgers moeten zijn. Of het doel, een einde te stellen aan het monopolie van de drugshandelaars, behaald werd, moet nog aangetoond worden. Andere Latijns-Amerikaanse landen overwegen echter het voorbeeld te volgen, zoals Mexico, dat ten prooi valt aan een destabilisering vanwege de drugshandel.

In vergelijking met deze Amerikaanse modellen en dichter bij ons, is Nederland al gekend voor haar coffeeshops en haar tolerantie tegenover recreatief cannabisgebruik. De paradox van dit beleid is echter wat vandaag steeds meer kritiek krijgt, namelijk dat de invoer ervan illegaal is, een invoer die veel belangrijker is dan de buitenlandse toeristen die de tolerantie aantrekt. Veertig burgemeesters hebben daarom onlangs de « Joint Regulation » ondertekend, die een oproep inhoudt om cannabis te reguleren.

Comparison of laws Netherlands Washington State Colorado State Uruguay
Level of law National prosecutor guidelines State law (conflict with federal law) State constitution (conflict with federal law) National law
Regulatory Body Municipality Washington State Liquor Control Board Colorado Department of Revenue National Cannabis Institute
Age limit for possession 18
21
21
18
Growing at home Up to five plants if for own use Not allowed Up to six plants, three in flower (cannot be sold) Up to six plants/480 g
Maximum amount permitted for possession 5 g (limit for investigation)
30 g (limit for prosecution)
1 oz (28.5 g) 1 oz (28.5 g) 40 g
Tabel : European Monitoring Centre on Drugs and Drug Addictions, Models for the legal supply of cannabis: recent developments, 24/09/2014

Ten slotte laat Spanje het bestaan toe van de Cannabis Social Clubs. De stad Barcelona heeft onlangs besloten om er tientallen te sluiten, omdat sommige ontwikkelingen, zoals de toeristische aantrek, ervoor niet geanticipeerd werden.

Een regulering van drugs laat juist toe om verschuivingen in de drugsmarkt te voorzien en te voorkomen. Essentieel is dus dat deze modellen van regulering zich voornamelijk baseren op de bestaande kaders voor legale drugs, zoals alcohol en tabak: het valt niet te ontkennen dat deze kaders de basis kunnen vormen voor andere drugs die tot op heden illegaal zijn.

Dit is de argumentatie van de Global Commission on Drug Policy, die een aantal persoonlijkheden samenbrengt uit de hoogste rangen, zoals Kofi Annan, Javier Solana, Ruth Dreifuss en Richard Branson. Het doel is om een verduidelijkend en wetenschappelijk debat te openen over drugsbeleiden.

Het is ook de argumentatie van een vijftiental economisten uit de London School of Economics die een oproep doen voor het einde van de oorlogen tegen drugs.

Het is daarenboven ook nog eens de richting die de Wereldgezondheidsorganisatie uitgaat, zij roept op tot een decriminalisatie van het gebruik van drugs.

terug naar boven

6. Voorstel voor de grondbeginselen van het Belgisch model

Aangezien het verbod de problematiek verbonden aan cannabis vergroot en een nieuw Belgisch model moet opkomen, stelt de gespecialiseerde Brusselse sector voor om te denken aan de modaliteiten van een regulering.


A spectrum of policy options available, adapted from an original concept by John Marks, in How to Regulate Cannabis A Practical Guide, p. 28 Transform Drug Policy Foundation, 2013.

Concreet stelt FEDITO BXL en haar leden de volgende principes voor :

Gebruik

Geen banalisering en een wettelijk verbod voor minderjarigen

Het gebruik van cannabis moet ten eerste in elk geval geen gemeengoed worden. Het gebruik ervan veroorzaakt risico's op vlak van volksgezondheid, niet alleen voor de gebruiker, maar ook voor zijn naasten. Denk bijvoorbeeld aan hart- en vaatziektes die het roken van cannabis kan veroorzaken; aan het besturen van voertuigen onder invloed van het product; aan de nefaste effecten in termen van mentale gezondheid, bij kwetsbare personen; aan het risico van het stoppen met school; enzovoort.

Als gevolg lijkt het opportuun om het verbod voor minderjarigen te behouden. Wetende echter dat, voor de duidelijkheidscriteria, de beschikbaarheid van cannabis volgens dezelfde leeftijdscriteria moet lopen als de beschikbaarheid van alcohol, stelt de gespecialiseerde sector voor dat de wetgever deze kans gebruikt om ook de alcoholwetgeving te herdenken. Die laat, ter herinnering, het gebruik toe van alcohol vanaf zestien jaar en het gebruik van sterke drank vanaf achttien jaar. Onderzoeken naar de prevalentie tonen aan dat het gebruik van cannabis, alcohol en tabak het vaakst beginnen in de adolescentie. De leeftijdskwestie kan dus heroverwogen worden, voor zowel alcohol, tabak als cannabis, op basis van de vaststelling dat het verbod op geen enkele manier het gebruik vermindert.

Toegestaan gebruik voor medische doeleinden

Toegang tot cannabinoïden voor medische doeleinden moet worden uitgebreid en toegepast in het licht van klinisch onderzoek uit België en het buitenland. De meerwaarde van therapeutische cannabis moet worden ingeschat door de gemeenschap van algemene en gespecialiseerde geneeskunde, in samenwerking met de drugsector. De waarde moet gevonden worden in alternatieve gebruiksmodellen voor het roken van cannabis, die minder schadelijk zijn voor de gezondheid. Dat is bijvoorbeeld al het geval bij het inhaleren van cannabisdampen, die minder risico's vertonen op hart- en vaatziektes dan het roken van cannabis, omdat deze inhalatie van dampen geen verbranding nodig heeft.

Duidelijke en objectieve regels voor meerderjarige gebruikers

Voor het meerderjarig publiek moet het gebruik van cannabis (buiten voor medische doeleinden) gereguleerd worden, dat wil zeggen gelegaliseerd, maar volgens duidelijke en objectieve regels. Deze regels zouden als effect hebben de prikkel om te gebruiken tegen te werken, aangezien we weten dat deze prikkel een voordeel heeft in het huidige, niet-gecontroleerde beleid.

Vooral op het roken van cannabis is de wet op het gebruik van tabak volledig toepasbaar, in het bijzonder in de definitie van plaatsen waar het gebruik verboden zou zijn. Voor cannabisintoxicatie en de risico's voor het publiek die eraan verbonden zijn, zal de huidige wetgeving van toepassing zijn, waaronder de wet op openbare dronkenschap, op rijden onder invloed en op de verstoring van de openbare orde. Weet ook dat het artikel 9 ter van de wet van 24 februari 1921 al toelaat een administratief arrest uit te voeren op een persoon die duidelijk onder invloed is van slaapverwekkende of psychotrope producten op een plaats die toegankelijk is voor het openbare publiek, als zijn aanwezigheid wanorde, schande of gevaar veroorzaakt, voor zichzelf en voor anderen.

Productie

Standaardisatie en kwaliteitscontrole van het product

De cannabis die verkocht wordt in België moet voldoen aan objectieve kwaliteitsnormen, waaronder het THC-gehalte (tetrahydrocannabinol) en het CBD-gehalte (cannabidiol), wetende dat cannabis meer dan 80 verschillende cannabinoïden heeft en dat het CBD-gehalte de onwenselijke effecten van THC vermindert.

Het doel van de regulering is de gebruiker verwijderen van de illegale markt waarop hij vandaag beroep doet. Het is nodig om rekening te houden met de THC-concentratie die op dit moment verkrijgbaar is en met de verwachtingen van de gebruikers, maar het is ook noodzakelijk om een grens vast te leggen om te verkomen dat er overmatig psychoactieve cannabis op de markt komt. Het loont ook de moeite om variëteiten van cannabis aan te bieden met een minimaal percentage CBD, om het risico op bijwerkingen (angst, paranoia, enzovoort) te verminderen.

Vanuit ons standpunt lijkt het redelijk dat de gereguleerde productie een spectrum aan THC-gehaltes heeft, tussen de 5 en de 15%, met een voldoende THC/CBD ratio. Het is ook belangrijk dat verschillende variëteiten gecommercialiseerd worden, om te voldoen aan de verschillende verwachtingen van gebruikers, zoals het zoeken naar ontspannende effecten, maar ook psychoactieve.

De prijs, maar ook de packaging, en het advies in termen van volksgezondheid kunnen eventueel variëren naar gelang de verschillende soorten.

Zelfproductie en gezamenlijke productie van cannabis voor persoonlijk gebruik (Cannabis Social Clubs)

Het actuele cannabisbeleid bevordert de decriminalisatie van de gebruiker die een cannabisplant heeft voor persoonlijk gebruik. Wij denken dat de mogelijkheid tot zelfproductie moet worden behouden en verduidelijkt worden op wettelijk niveau, rekening houdend met de realiteit van de productie, zoals ze hiervoor geëvolueerd is, zolang de variëteiten in producten conform zijn aan de reglementaire THC- en CBD-gehaltes en de productie enkel en alleen voor persoonlijk gebruik bedoeld is.

De gezamenlijke productie komt het vaakst voor in de vorm van de Cannabis Social Clubs. Ze zouden moeten gezien worden door de overheid als een opportuniteit, aangezien ze voor een concentratie zorgen van productie voor persoonlijk gebruik, en dus voor een betere controle. De overheidsinstanties zouden bijvoorbeeld de Cannabis Social Clubs kunnen goedkeuren, en ze op die manier de mogelijkheid geven om het aantal, de verdeling en de grootte van hun productie te beheren, maar vooral ook om de standaardisering van producten en de kwaliteitsnormen verbonden aan het product gemakkelijker toe te passen, vooral in termen van THC- en CBD-concentratie.

Tot slot, omdat deze gezamenlijke producties van cannabis onder persoonlijk gebruik vallen door leden van de club, zou een duidelijke en volledige lijst de overheidsinstanties de mogelijkheid geven om na te gaan of de hoeveelheid van het product overeenkomt met de noden van de leden en of de leden alleen zijn in hun gebruik ervan.

Het lijkt in ieder geval aangewezen om de angst van de autoriteiten ten aanzien van de Cannabis Social Clubs aan te passen: door ze goed te keuren en ze te controleren, zal de overheid veel beter reageren op de doelen van de volksgezondheid, dan wanneer ze de clubs veroordeelt tot het clandestiene milieu. De Cannabis Social Clubs moeten gezien worden als sleutelfiguren van een verantwoordelijke productie en gebruik van cannabis.

Buiten het feit dat de Cannabis Social Clubs een betere controle door de overheidsinstellingen zal creëren op vlak van productie en gebruik van cannabis, door onder andere een veilige en gesloten ruimte aan te bieden, kunnen de clubs ook een interessant verbinding vormen voor de geassocieerde sectoren van preventie, risicovermindering en zorg, door voor een betere epidemiologische kennis te zorgen en een ontmoeting mogelijk te maken tussen gespecialiseerde actoren en gebruikers.

Een centralisatie, en dus een controle, van de productie van cannabis

De wettelijke toegang tot cannabis moet serieus heroverwogen worden, zodat er regels opgesteld kunnen worden om de problemen van volksgezondheid aan te pakken. In navolging van de Amerikaanse ervaringen, zouden de cannabisproducenten zeker een vergunning van de Belgische overheid moeten krijgen. Hierdoor zou de productie van cannabis gecentraliseerd en gecontroleerd kunnen worden, alsook de technieken en omstandigheden van de teelt, de procedures van de behandeling en de toegelaten aanpassingen, de hoeveelheid en de kwaliteitscontrole van de afgewerkte producten en dus ook de toegelaten THC- en CBD-waarden.

De overheid kan zich dan echt de mogelijkheid toe-eigenen om controle te hebben over de productie van cannabis in België.

Verkoop

Verkoopsvergunningen voor cannabis

De verkoop van cannabis zal, zoals de productie ervan, ook maar mogelijk worden na het verkrijgen van een vergunning. De staat heeft dus opnieuw de gelegenheid om de verkooppunten te controleren op het Belgische grondgebied, alsook de locatie van de winkels, de verpakking de boodschap op die verpakking en de prijs.

Een gecentraliseerde productie zou dan ook licenties kunnen verzorgen voor apotheken voor de verkoop. Deze apotheken zouden verdeeld kunnen worden over de vijf grootste steden van het land, Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent en Luik, met dan nog eens vijf in de iets minder grote steden Aarlen, Brugge, Mechelen, Bergen en Namen, voor een totaal van tien apotheken. Om de zwarte markt te smoren is het essentieel dat een bevoorrading van de gebruikers gemakkelijk moet zijn. Er kunnen verschillende veiligheidsmaatregelen getroffen worden voor de apotheken in kwestie.

Elke apotheek zou cannabis kunnen verkopen, maar ook, eventueel, een plaats worden om cannabis te gebruiken, naar het voorbeeld van de coffeeshops in Nederland. De Belgische apothekers zouden wel een immens voordeel hebben op hun Nederlandse tegenhangers, aangezien in België het aanleveren wel in een legaal kader zou zitten.

Er moet wel nagedacht worden of gebruikers die niet in België verblijven wel of niet mogen gebruik maken van de apotheken. Dat is de kwestie van het cannabistoerisme. Onze noorderburen hebben onlangs de nieuwe wettelijke kaders ingevoerd waarbij de verkoop van cannabis in coffeeshops beperkt wordt tot lokale inwoners. De ervaring leert echter dat de straatverkoop daarmee niet afgeremd is. Opnieuw kunnen we leren van Colorado, waar ook inwoners van buiten Colorado cannabis kunnen aankopen.

De fixatie van de staat op de prijs zal van groot belang zijn voor de opdroging van de illegale markt. Naast de prijs, kan de gebruiker ook gesensibiliseerd worden over gecontroleerde teelt en dat op een niveau van gezondheid, milieu en economie Het is dus niet per se nodig om de zwarte markt te breken met een prijzenoorlog (T. Decorte, P. De Grauwe, J. Tytgat, 2013).

Aangezien de prijs voor 1 gram cannabis in België op dit moment gemiddeld op ongeveer 8 euro ligt, stellen wij voor om de staatsprijs op 5 tot 7,75 per gram te leggen, de exacte prijs moet dan vastgelegd worden na een grondige analyse door experts op vlak van economie en volksgezondheid.

Het verbod op alle reclame

Zoals voor tabak moet alle reclame over cannabis, onder eender welke vorm, verboden worden. Ideaal gezien zou dit verbod op cannabisreclame een gelegenheid zijn om opnieuw te kijken naar de reclame over alcohol en andere producten of stoffen die mogelijk verslavend zijn of een psychotroop karakter hebben.

Traceerbaarheid van de hele ketting, van producent tot gebruiker

De technische middelen bestaan om de traceerbaarheid van het product te waarborgen, van productie tot gebruik. Het is zo dat in Colorado, de staat het recht heeft om elke cannabisplant te volgen "from seed to sale", van het zaadje tot de verkoop. Iedere plant heeft een RFID-tag, die een radio-identificatie toelaat, zoals een barcode op een groot aantal consumeerbare producten. Naast het identificeren van de plant zelf, kan de tag ook andere mogelijk nuttige gegevens verzamelen voor een controle op de productie, verkoop en het gebruik van cannabis. Die traceerbaarheid heeft dus een aantal belangrijke voordelen, in termen van volksgezondheid, maar ook in termen van de controle en beveiliging van de productie- en verkoopindustrie.

De staat eigent zich dan, eindelijk, de mogelijkheid toe een markt te controleren die tot nu toe volledig clandestien was.

Belastingen

Als de Belgische staat een complete nationalisatie van de markt organiseert, verzekert ze zich niet alleen van de totale controle op het product, maar ook op de inkomsten die de kosten grotendeels kunnen drukken. Als ze er daarentegen voor kiest om de productie en verkoop te privatiseren, kan ze op lange termijn belastingen heffen op deze nieuwe activiteit. Ter vergelijking, de volledige belasting (specifieke accijnzen + ad valorem accijnzen + BTW) worden berekend op 77% voor sigaretten . Deze belangrijke stijging in belastingen kunnen we pas indenken op het moment dat de cannabismarkt georganiseerd, beveiligd en geconsolideerd is.

In termen van winst voor de staat kan het besparen op juridische vervolgingen voor cannabis (politie, rechtbanken, straffen) eraan toegevoegd  worden. In 2011 zijn er 14 869 inbreuken gepleegd op het bezit van cannabis, 2 957 inbreuken voor haar verkoop en 2 997 inbreuken voor haar import of export. Ter herinnering, bij het samennemen van alle illegale drugs, waren de totale jaarlijkse uitgaven in termen van veiligheid/repressie 243 000 490 euro in 2008, of 61,96 % van de overheidsuitgaven verbonden aan illegale drugs (F. Vander Laenen, B. De Ruyver ; J. Christiaens, D. Lievens, 2011.

We kunnen ten slotte opmerken dat de regulering van cannabis andere belangrijke besparingen voor de staat inhoudt. Ze zijn moeilijker te kwantificeren, maar daarom niet minder echt, zoals een vermindering van de ernst van gezondheidsproblemen door interventies, die moeilijker uitgevoerd kunnen worden in een prohibitief regime, en die logischerwijze beroep doen op discretie (zie meer werk van Pierre Kopp, economist aan de Universiteit van Parijs I (Panthéon-Sorbonne)).

Preventie en risicovermindering

Een algemene versterking van de preventie- en risicoverminderingsstrategieën

Het algemene verbod op het gebruik van cannabis voor minderjarigen en de objectieve regulering voor meerderjarige gebruikers moet samengaan met preventiestrategieën die grotendeels versterkt en gefinancierd worden door het heffen van accijnzen op cannabis.

Een sterk informatiebeleid moet ontwikkeld worden voor de burgers, zoals bij alcohol al het geval is. Bovenop de verschillende campagnes in de massamedia, is het ook nodig om strategieën te stimuleren voor preventie en gezondheidsbevordering.

De promotie van een verstandig en verantwoordelijk gebruik

De boodschappen die verspreid worden moeten labels krijgen voor een verstandig en verantwoordelijk gebruik van cannabis. Er bestaan al verschillende modellen met alcohol, zoals bijvoorbeeld de « BOB » campagne voor bestuurders, of de pictogrammen die het gebruik van alcohol afraden voor een te jong publiek of voor zwangere vrouwen.

Hoewel de prevalentie wordt verminderd, weten de actoren uit de sociale en de gezondheidssector dat de psychische en fysieke afhankelijkheid van cannabis een negatieve impact kan hebben op het leven van zware gebruikers. De kwestie van verslaving zal dus niet worden weggelaten en de aandacht van het publiek zal getrokken worden naar de frequentie van het gebruik, de hoeveelheid en de mogelijke verwante verslavingen, zoals voor tabak bij gerookte cannabis (geassocieerd aan een waardering van alternatieve modellen op het roken).

De promotie van alternatieve manieren van gebruik kan ingezet worden. We weten dat de inhalatie van dampen minder schadelijk is dan de inhalatie van rook door verbranding en dat het materiaal om te dampen beschikbaar is op de markt. Toch wordt het erg weinig gebruikt.

Tot slot en meer in het algemeen, moet eraan herinnerd worden dat bepaalde personen psychisch meer vatbaar zijn, of een aanleg hebben voor mentale stoornissen, waarbij het gebruik van cannabis afgeraden wordt.

Een specifieke preventie voor minderjarigen

Rekening houdend met het feit dat het verbod niet voor een onthouding zorgt, is het nodig een specifieke preventie te ontwikkelen, gericht op jongeren, niet alleen omdat het ze dan wettelijk verboden wordt, maar ook omdat de adolescentie vaak het moment is om voor het eerst te gebruiken en er een grotere prevalentie is vergeleken met het algemene publiek. Deze specifieke preventie moet zich minstens ontwikkelen in de scholen, jeugdbewegingen, sportclubs en op het internet.

Een specifieke preventie voor « problematisch » gebruik

Een minderheid aan gebruikers kan een problematisch gebruik ontwikkelen, wat vaak voortkomt uit verschillende factoren, waaronder de persoonlijkheid van de gebruiker, het product en de context van het gebruik. Een aanbod van aangepaste hulp moet worden voorgesteld en georganiseerd.

Voor het minderjarig publiek moeten deze vroegtijdige interventies uitgevoerd worden in lijn met de strategieën en actoren van preventie voor minderjarigen. De actoren die werken met een jong publiek (leerkrachten, animatoren, monitoren, enzovoort) hebben de mogelijkheid om het gratis informatienummer over cannabis te bellen en om eventuele probleemgevallen de juiste richting uit te sturen.

Dit gratis nummer zal openbaar zijn en toegankelijk voor iedereen die hulp of informatie wil.

Zorg en behandeling

Versterking van het zorgsysteem en de gespecialiseerde behandeling

De laatste jaren hebben we een opkomst gezien van het zorgsysteem en de gespecialiseerde behandelingen, of in specifieke eenheden, of in een netwerk. Deze twee types van systemen moeten worden versterkt. De algemene filosofie van zorg en behandeling van cannabis moet de huisdokter als eerste gezondheidsactor instellen voor de gebruiker. Deze huisdokter moet wel ondersteund worden, ofwel door netwerken van experts waarnaar hij kan refereren om problematische gevallen te bespreken, of door de gespecialiseerde diensten waar hij de problematische gebruiker naar kan doorsturen, wanneer de huisdokter zijn grenzen bereikt heeft.

Voortdurende vorming voor huisdokters

De verschillende vormingskringen voor huisdokters, zoals het LOK (Lokale Kwaliteitsgroepen van arsten) en de Dodécagroepen, maar ook de gespecialiseerde seminaries, moeten de kennis van de eerstelijns gezondheidswerkers versterken. De overheid moet dan beroep doen op ondernemingen van huisdokters en federaties uit de « drugs- en verslavingssector », of hun leden, om modules van vormingen te creëren voor huisdokters. Omdat de kwaliteit en het belang van deze vormingen cruciaal zullen zijn, moeten ze geëvalueerd worden op een onafhankelijke manier door een externe controle op jaarbasis, en dit gedurende de eerste vijf jaar van de nieuwe regulering van cannabis.

Versterking van de netwerken tussen huisdokters en gespecialiseerde werkers

Bovenop de vorming van huisdokters, is het zonder twijfel nodig om permanente steun beschikbaar te maken. Daar verschijnt dan ook het belang van een netwerk tussen huisdokters en de gespecialiseerde diensten. Als het voordeel ligt in het delen van kennis en ervaring tussen gespecialiseerde diensten en huisdokters, dan helpt het ook bij de aanpak van problemen gelieerd aan cannabisgebruik, zoals bij de diensten die verbonden zijn aan meer consequente verslavingen, zoals heroïne.

Versterking van de institutionele actoren gespecialiseerd in cannabis

Het is duidelijk dat de gespecialiseerde diensten, vooral die voor cannabis, versterkt moeten worden zodat ze meer ondersteuning krijgen, ook voor langer indien nodig. Als er al een passend aanbod aan zorg bestaat in het huidige netwerk, kunnen we nadenken of het pertinent is om structuren op te richten of te versterken die aan een ander mogelijk publiek gericht zijn. In dezelfde lijn van ideeën kunnen we stellen dat het oprichten en versterken van de structuren die zich richten op de naasten van cannabisgebruikers, het huidige zorgaanbod kunnen versterken.

Het belang van een heroriëntatie of einde van een behandeling mag niet vergeten worden wanneer het problematische gebruik van cannabis voldoende afneemt: deze 'cannabis'-structuren mogen niet vervangen worden door andere, meer algemene structuren, zoals geestelijke gezondheidsdiensten of medische centra. Maar het loont om het huidige spectrum van mogelijke ondersteuning sterk uit te breiden, vooral voor het publiek waar op dit moment te weinig aandacht naartoe gaat.

Tot slot is het ook nodig om de constante verbetering van de cannabisinterventies in de diensten te ondersteunen.

terug naar boven

7. Conclusie: Voor een experiment van een gereguleerde cannabismarkt in België

Een coherent en doeltreffend gezondheidsbeleid in termen van cannabisgebruik passeert langs een logische wetsverandering en een toewijzing van de beschikbare middelen inzake drugs. Het gebruik van cannabis moet dus vooral benaderd worden vanuit gezondheid, en het moet de ontwikkeling toelaten van meer informatie, preventie en zorg, met uitermate veel aandacht voor risicogroepen, zoals adolescenten en personen verwijderd van de bestaande hulp- en zorgsystemen. Een systeem van regulering, zoals al bestaat voor alcohol, laat toe om beter om te gaan met gezondheidskwesties verbonden aan cannabisgebruik, of het nu om verantwoordelijk of problematisch gebruik gaat. Het bevordert daarenboven de controle van de substantie over de hele lijn, van productie tot gebruik en het verstikt tegelijkertijd de clandestiene markten, met de professionele misdadigers die het vaakst profiteren ten koste van de gezondheid van gebruikers.

De wetenschappelijke argumenten en die van de volksgezondheid zijn op dit moment voldoende consequent, opdat wij een geïnformeerd debat kunnen houden over een eventuele regulering van cannabis in België. De ervaringen uit het buitenland kunnen ons helpen om deze regulering op de beste manier uit te werken. Opdat ze op lange termijn zou werken, moeten we ze laten rusten op een uitgebreid economisch model, dat werd uitgewerkt door economische experts, in samenwerking met andere deskundigen op het gebied van wetgeving, sociale hulp, gezondheid en volksgezondheid.

Volgens de Amerikaanse ervaring is dit model levensvatbaar op sociaal en gezondheidsvlak, maar ook op economisch en financieel vlak, al zal de daling ons toelaten een betere evaluatie te maken van dit innovatief beleid. Naast het genereren van een nieuwe economische activiteit, zal dit model de versterking en de financiering van preventie- en zorgstrategieën bevorderen, voor een markt die wellicht kwantitatief identiek is, maar een duidelijke verbetering is op kwalitatief vlak.

Er zou kunnen gesteld worden dat dit schema niet duurzaam is, omdat de decriminalisering een positief bericht stuurt naar potentiële cannabisgebruikers, vooral naar jongeren. Nochtans is het argument dat de decriminalisering een eventuele toename in gebruik zou veroorzaken, nooit gecontroleerd: in tegendeel, de staten die het zwaarste verbod opleggen, zijn vaak degenen die geconfronteerd worden met het meeste gebruik. Het negeert bovenal de preventiecampagnes die structureel versterkt zouden worden door deze decriminalisering.

Nogmaals is het niet de bedoeling van cannabis gemeengoed te maken, maar haar regulering zou er op zijn minst een controle op toestaan en voor een betere reactie zorgen op de gezondheidsproblemen waarmee ze gecorreleerd kan worden.

Het is dus nodig deze regulering van cannabis in België op een praktische en concrete manier te onderzoeken. Wij vragen om een studie en wetenschappelijke experimenten met een gereguleerde Belgische cannabismarkt die de objectieve evaluatie toelaten. Een aantal veranderingen zouden gemeten kunnen worden, zoals de versterking van preventie, van risicovermindering en van de zorg voor de cannabisgebruiker in moeilijkheden; afnemende publieke overlast, aan cannabis gerelateerde schade en druk op de hoven en rechtbanken; een maatschappelijke en politieke reactie op cannabis die aan relevantie, doeltreffendheid of controle wint.

Naast de decriminalisering, is het ook tijd om de voordelen van de regulering te bestuderen.

terug naar boven

Annex

Cannabis regulation around the world, in How to Regulate Cannabis A Practical Guide, pp. 236-242, Transform Drug Policy Foundation, 2013.

Prohibition Uruguay Washington Colorado The Netherlands Spain
General model Absolute ban on production, supply and possession of cannabis for non-medical use (de jure illegal) Government-controlled
model — similar to the Borland model (de jure legal)
Regulated private companies are licensed to produce and supply cannabis (de jure legal) Regulated private companies are licensed to produce and supply cannabis (de jure legal) Cannabis ‘coffee shop’ system (de facto legal) Not-for-profit cannabis social clubs (de facto legal)
Production • No production controls – solely law enforcement efforts to eradicate or intercept illicit production
• Cannabis is sourced from the illicit market, where it is produced with no regulatory oversight
• A handful of private companies are contracted by the government to produce cannabis
• Production is monitored by the Government-run Institute for the Regulation and Control of Cannabis, which is also responsible for granting production licences
• Production takes place on state land, which is overseen by both private security personnel paid for by the licensed producers, as well as state security services (military or police)
• Production licences are granted by the State Liquor Control Board to individuals or companies that pass background checks and meet specified security and quality control criteria
• Producers must submit samples of cannabis for regular safety
and potency testing by an independent laboratory
• Producers may hold no more than 3 production and/or processor licences
• The state-wide area dedicated to cannabis production must not exceed 2 million sq ft
• Production licences are granted by the state’s Marijuana Enforcement Division to individuals or companies that pass background checks and meet specified security and quality control criteria
• For the first year of the new regulatory system, producers and sellers of cannabis must be part of the same company
• Producers must submit samples of cannabis for regular safety and potency testing by an independent laboratory
• No formal controls as production remains illegal
• Cannabis is still sourced from the illicit market with no regulatory oversight. Some is produced domestically, some is still imported from traditional producer regions
• No licence required and no formal regulatory oversight
• Club workers or volunteers oversee production under an informal code of conduct
Preparation • No restrictions on the varieties of cannabis or cannabis products available
• The content of products is unregulated, unknown and highly variable. Adulterants are common in resin and have also been observed in herbal cannabis
• 5 varieties of cannabis are licensed for production and supply • No restrictions on the range of cannabis strains or cannabis-infused products that are legally available • No restrictions on the varieties
of cannabis or cannabis products available
• A range of cannabis products are legally available through the coffee shops • Mostly herbal cannabis, although edibles, tinctures and other preparations are often available
Potency • No THC/potency limits and
no information provided to user about the strength of what they are purchasing – except informally via illicit vendors
• The government only licences the production and supply of cannabis with a predetermined THC and CBD content • No THC/potency limits, but packaging must indicate THC levels/content • No THC/potency limits, but packaging must indicate THC levels/content • No limits on the potency of products sold
• Informal testing and labelling of cannabis products – in particular for THC content – takes place
• The Dutch government has proposed a ban on cannabis products with a THC level of over 15%, but this has yet to be implemented
• Strains of varying strength cultivated
• No formal mandatory potency testing
Price • Price determined by the interaction of criminal supply and user demand in an unregulated market • The price of cannabis is between 20 and 22 Uruguayan pesos per gram. This price takes into account a government tax, which will be used to fund the IRCCA, as well as a national campaign to educate the public about the consequences of cannabis use Retail price is essentially determined by the market and taxes • Retail price is essentially determined by the market and taxes • No price controls in place, although prices remain relatively high because of higher staff, tax, venue etc costs than illegal vendors, and pricing in risk of arrest faced by producers and traffickers • Users pay membership fees proportionate to their consumption, which are then reinvested back into the manage
Age access
threshold
• No age access controls: illicit dealers do not enforce age restrictions 18 21 21 18 18
Purchaser restrictions • Anyone can purchase cannabis and no sales limits are set • Cannabis sales are restricted to residents of Uruguay
• They can purchase no more than 40 grams per month (maximum 10 grams per week), with the volume of sales to individual users monitored via an anonymised central government database
• Purchasers must present a medical prescription or be registered in the database in order to access cannabis
• Both residents and non-residents of Washington may purchase up to 1 ounce of cannabis per transaction • Residents of Colorado can purchase up to 1 ounce of cannabis per transaction; non-residents are restricted to a quarter of an ounce per transaction • Coffee shops may not sell more than 5 grams per person per day
• Some border municipalities enforce residents- only access for the coffee shops
• In most clubs, membership can be awarded only upon invitation by an existing member, or if someone has a medical need for cannabis
• Members’ allowances of cannabis are typically limited to 2 or 3 grams per day
Vendor • Illicit dealers have no duty of care to their customers and may not even be aware of the contents of the cannabis they are selling • Qualified pharmacists must hold cannabis commerce licences – which are awarded by the Ministry of Public Health – in order to legally sell the drug • Penalties for breaches of licensing conditions, such as sales to minors
• No formal training of vendors is required
• Penalties for breaches of licensing conditions, such as sales to minors
• Vendors can be awarded a ‘responsible vendor designation’ upon completion of a training programme approved by the state licensing authority
• Penalties for breaches of licensing conditions, such as sales to minors
• No formal training of vendors is required
• No formal training of vendors is required, although clubs usually employ staff or volunteers with a substantial knowledge of cannabis and its cultivation
Outlet • lllicit dealers can sell wherever they deem fit • Private producers sell the cannabis to the government, which then distributes the drug via licensed pharmacies to registered users
• Pharmacies are allowed to sell cannabis alongside other, medical drugs
• Outlets cannot sell goods other than cannabis and cannabis products
• Minors are forbidden from entering stores
• Stores cannot be set up within 1,000 ft of schools or other areas where children are likely to gather
• Retailers may own no more than 3 outlets and each one must be in a different county
• Outlets cannot sell goods other than cannabis and cannabis products
• Minors are forbidden from entering stores
• For the first year of the new regulatory system, outlets must produce at least 70% of what they sell
• Local governments have the power to decide whether to accept coffee shops in their area
• Coffee shops are not permitted within a 250m radius of schools
• Coffee shops are not allowed to sell alcohol, and are only
permitted to hold 500g of cannabis on the premises at any time
• No restrictions on where clubs can be established
• Cannabis is distributed on-site, by club workers, and limited amounts can taken away for consumption
Tax • All revenue flows, untaxed,
direct to illicit dealers and criminal organisations
• Tax revenue is used to fund the IRCCA, as well as a national campaign to educate the public about the consequences of cannabis use • Cannabis is subject to a 25% excise tax at three stages in the supply chain – when it is sold by the grower to the processor, when it is sold by the processor to the retailer, and when it is sold by the retailer to the consumer. On top of this, cannabis is taxed at the standard state sales tax rate of 8.75% • At the time of writing, the proposed rates are a 15% excise tax and a 10% retail sales tax
• $40 million of the revenue generated by the excise tax goes to school construction each year, with revenue from the sales tax being used to fund the new regulatory system
• Coffee shops do not pay VAT, but do pay various income, corporation and sales taxes
• In 2008, Dutch coffee shops paid €400m on sales of over €2bn
• CSCs pay rent tax,
employees’ social security fees, corporate income tax, and in some cases VAT on products sold
Marketing • No marketing controls, although illicit vendors do not have access to conventional marketing channels • All forms of cannabis advertising, promotion or sponsorship are prohibited • Advertisements of any kind cannot be displayed within 1,000 ft of schools and are not allowed on publicly owned property or transport
• Advertising is forbidden from promoting over-consumption
• Storefront window displays of cannabis products are also banned
• Marketing campaigns that have a “high likelihood of reaching minors” are banned
• Storefront window displays of cannabis products are also banned
• Coffee shops are not permitted to advertise
• External signage is forbidden from making explicit references to cannabis, however signs displaying the words coffee shop’, as well as Rastafari imagery and palm leaves, make them easily identifiable
• Product menus are generally kept below the counter so as to avoid any promotional effect
• No advertising of products or clubs themselves is permitted
Driving • Driving under the influenceof cannabis is illegal in all jurisdictions • A per se THC limit is enforced, although at the time of writing the precise limit has not been specified. Blood tests or potentially other forms of testing will be used to establish THC levels • Per se whole blood THC limit of 5ng/ml is enforced, making anyone caught driving over this limit automatically guilty of driving under the influence of cannabis • If a driver exceeds a limit of 5ng/ml THC in whole lood, this gives rise to a “permissible inference” that they were driving under the influence of cannabis. The limit therefore acts essentially as a guideline, encouraging juries to prosecute drivers found to have exceeded it, rather than acting as an automatic trigger for a penalty • Impairment-based testing, with sanctions including suspension of licence (for up to 5 years), fines, and imprisonment (variable depending on whether bodily injury caused or reckless driving involved).
Proposed per se thresholds for different drugs have yet to be established
• Impairment-based testing, with a range of criminal and administrative sanctions potentially applicable
Home growing • Home growing is illegal - although in some jurisdictions it is tolerated as part of decriminalisation approach • Home cultivation of up to six plants is allowed, and the resulting product should not exceed 480 grams per year
• Alternatively, residents can pool their allowances via cannabis clubs. The clubs are permitted to grow up to 99 cannabis plants each and must consist of no more than 45 registered members. The clubs’ yields must be recorded, with any excess reported and turned over to the IRCCA
• Home growing is prohibited • Residents are permitted to grow up to 6 plants for personal use • Cultivation of up to 5 cannabis plants is considered a “low priority for prosecution” • Cultivation of up to 2 cannabis plants is permitted
terug naar boven

Referenties

Inleiding

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

terug naar boven


Deel deze tekst op :


Download dit document in PDF